Het moet rond 1998 zijn geweest dat ik de gitaar kocht waar ik tot voor kort het meest op speelde: een Framus uit 1974. Ik was op een gitaarbeurs in Groesbeek (die tot mijn verrassing nog steeds jaarlijks georganiseerd wordt) en kocht het instrument daar voor 200 gulden (voor de jongere lezer: dat is ruim 90 euro). Na jaren twijfelen of ik een keer een nieuwe akoestische gitaar zou kopen, ging de kogel vorige zomer door de kerk: ik zou me rustig gaan oriënteren en dan een mooie nieuwe gitaar aanschaffen.

Het begon met een uitgebreide zoektocht naar winkels waar ik zou kunnen gaan kijken, een schema om te zorgen dat ik in de juiste volgorde zou gaan (eerst wat winkels met een divers aanbod, dan wat specialisten) en het opbouwen van geduld: ja, ik ga een nieuwe gitaar kopen, nee, ik heb er op korte termijn nog geen in huis. Een langetermijnplan.

Zo vertrok ik in augustus naar Schreeven Muziekinstrumenten: een van de bekendste Nijmeegse muziekwinkels die niet zo lang geleden verhuisde naar een bedrijventerrein niet zo ver bij me vandaan. H. riep nog: “ik ben benieuwd waarmee je thuiskomt”. En ik, met mijn beperkte zelfkennis antwoordde vol zelfvertrouwen: “ik kom helemaal nergens mee thuis, want ik ga alleen maar even kijken.”

Je raadt het al: twee uurtjes later kwam ik aanfietsen met een nieuwe gitaar in een nieuwe hoes. Een Martin D10e. Nu bijna een jaar geleden, maar nog geen seconde spijt…