Ook als je een niet-autobiografisch verhaal schrijft, is het volgens mij heel moeilijk om er helemaal niets van je eigen leven in te stoppen. Het is dan ook niet toevallig, denk ik, dat hoofdpersonen in romans vaak schrijver zijn. Mijn favoriete auteur Paul Auster heeft daar ook een handje van. Bijkomend voordeel van schrijvers is natuurlijk dat ze een soort ZZP’ers-avant-la-lettre zijn: ze werken hard, maar kunnen hun werk vaak wel voor een groot deel of zelfs volledig zelf indelen, waardoor ze naast hun schrijfactiviteiten de ruimte hebben om avonturen mee te maken die niets met dat werk te maken hebben, en die avonturen kunnen dan de basis vormen voor een verhaal. Een al dan niet succesvol schrijver die op een middag in een tram stapt om naar een café te gaan om daar een interessante ontmoeting te hebben is nu eenmaal geloofwaardiger dan een full-time werkende bankmedewerker die zoiets doet. Nou ja, één keer zo’n café zouden we nog wel geloven, maar of je dan genoeg beleeft om een hele roman te vullen vul je in de regel geen roman mee.

Sipko Melissen - Een kamer in Rome

Als niet-schrijver (raar om dat over mezelf te zeggen terwijl ik dit aan het schrijven ben!) herken ik mezelf echter niet altijd zo goed in die avonturenbelevende schrijvers. Gelukkig hebben veel schrijvers een eigenschap die ik deel: ze zijn in de regel ook lezers. En als een boek gaat over een lezer, dan kan ik me ineens een stukje gemakkelijker in de persoon inleven.

Zo’n boek heb ik nu te pakken: ik ben ‘Een kamer in Rome’ van Sipko Melissen aan het lezen. Toen ik in de bibliotheek bij mij in de buurt rondliep, viel mijn oog er ineens op. Op het omslag staat een Fiat 500 en het woord ‘Rome’ in de titel trok ook mijn aandacht, vooral ook omdat ik komende zomer een weekje in een kamer in Rome (en uiteraard ook buiten die kamer ;-)) ga vertoeven. En toen ik op de achterkant las dat het een boek over boeken was, besloot ik het mee te nemen. En hoewel Melissen in zijn boek zelf aangeeft dat een lezer helemaal geen overeenkomsten hoeft te hebben met een personage om meegenomen te kunnen worden in diens verhaal, vond ik het toch fijn om ‘ns te lezen over een lezer.

Wat het boek extra interessant maakt, is de gelaagdheid en de meta-verwijzingen in het boek. Het gaat namelijk niet over zomaar een lezer, maar over een lezer met een bijzondere interesse in verhalen waarin niet-bestaande boeken voorkomen. En die lezer raakt dan na een tijdje in de ban van een schrijver van een boek dat, je raadt het al, in onze wereld niet echt bestaat. Wow, het wordt daarmee een light-versie van sommige hoofdstukken uit Gödel, Escher & Bach, wat dan weer een wel-bestaand boek is.

Jammer vond ik wel dat het expliciet filosofische karakter van het boek na de eerste paar hoofdstukken vervalt en dat het dan een meer “normaal” verhaal wordt. Een mooi verhaal dat goed geschreven is, dat dan weer wel.