Heel lang geleden kocht ik, in een kennelijke vlaag van verstandsverbijstering, een buizenversterker voor mijn gitaar: een Samick T50R om precies te zijn. Ik betaalde er toen zo’n 700 gulden voor (nu weet je meteen dat het echt lang geleden is!). Het grote voordeel van dit soort versterkers is dat ze een prachtig gitaargeluid opleveren. Het grote nadeel echter, is dat ze dat eigenlijk alleen met hoog volume kunnen doen. En een hoog volume, dat is niet zo handig als je, zoals ik op verschillende momenten, in een studentenhuis/flat/rijtjeshuis/woonwijk woont. En in mijn bands van destijds heb ik de versterker eigenlijk ook nooit kunnen gebruiken, want ik was daar bassist en voor het versterken van de basgitaar leende deze versterker zich ook al niet.

Het bakbeest is in de loop der jaren dus vooral gebruikt als decoratief ornament, bijzettafeltje, krukje, spierentrainer voor verhuizers (ik heb ‘m nooit gewogen, maar hij was zwaar) en stofverzamelaar. Daar was-ie allemaal zeer geschikt voor. In stof verzamelen bleek hij zelfs zo goed, dat de potmeters (de draaiknopjes zoals je die op de foto ziet) een ontzettend kraakgeluid produceerde als je eraan draaide. De enkele keer dat ik de versterker nog gebruikte, was ik vaak langer bezig met het vinden van een kraakvrije stand dan met daadwerkelijk spelen.

Ik spreek in dit stukje in de verleden tijd. De versterker bestaat waarschijnlijk nog, maar hij is niet meer in mijn bezit. Hij is door een liefhebber uit het westen van het land meegenomen nadat ik ‘m op Marktplaats had gezet. Daar wordt-ie nu hopelijk liefdevol bespeeld met vervangen of schoongemaakte potmeters. En ik heb ondertussen een nieuw, schattig en klein gitaarversterkertje dat beter bij mijn woonsituatie past. Al zullen de buren daar mogelijk nog steeds anders over denken, want gitaargeluid klinkt, onafhankelijk van je versterker, hard toch nog steeds het allermooist.